Wat is autismespectrumstoornis (ASS)?

 

Autismespectrumstoornis vervangt alle benamingen voor autisme en aan autisme verwante stoornissen. Hierbij moet je denken aan klassiek autisme, syndroom van Asperger, PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder-Not Otherwise Specified) en MCDD (Multiple Complex Developmental Disorder).

De term autismespectrumstoornis wordt  door mij verder benoemd als ASS.

 

Geen persoon is hetzelfde, ook personen met een ASS zijn niet hetzelfde. ASS manifesteert zich bij iedereen anders.

ASS kan een grote invloed hebben op iemands leven en diens omgeving. Hoe groot en op welke manier precies verschilt per persoon, en ook per levensfase. ASS treft niet alle ontwikkelingsgebieden in gelijke mate of tegelijkertijd.

Binnen de DSM-5 kent ASS 2 kerndomeinen;

1. beperkingen in de sociale communicatie en interactie en

2. repetitief (herhaal) gedrag en specifieke interesses.

Naast problemen in de kerndomeinen van ASS, spelen er ook vaak problemen op andere ontwikkelingsgebieden. Dit wordt ook wel comorbiditeit genoemd.

Bij mensen met ASS werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier.

Zintuiglijke waarnemingen (horen, zien, voelen etc.) worden op een andere manier verwerkt. Alle informatie die binnenkomt via de zintuigen gaat bij ieder mens naar de hersenen. In de hersenen werken verschillende delen van de hersenen samen om betekenis te kunnen geven aan de informatie die ze hebben binnengekregen. Daarna werken de verschillende delen in de hersenen samen om op een juiste manier te reageren op een situatie. Er worden verbindingen gemaakt. Bij mensen met ASS worden deze verbindingen ook gemaakt maar worden de verbindingen verkeerd of later gemaakt. Zodra er te veel informatie binnenkomt in de hersenen wordt het chaos (overprikkeling), om te reageren op een situatie moeten de verbindingen met elkaar samenwerken. Dit kost tijd en energie.

De hersenen maken van de opgedane zintuiglijke informatie een interpretatie, wat samengaat met het geheugen. Hierop volgt een reactie, een reactie die waarneembaar is in gedrag. Over gedrag en ASS valt ontzettend veel te schrijven. Van gedrag bij ASS valt veel te leren. Daarom intrigeert mij dat enorm. Ik zal er in de toekomst ook meer over schrijven en nog veel meer over leren. 

Ik verneem wel eens opmerkingen van mensen om mij heen, dat mensen met ASS geen contact zouden kunnen maken, mensen met ASS maken wél contact, al gaat dat soms wel op een andere manier dan dat we gewend zijn in het dagelijks leven. Bij een begroeting kun je soms al opmerken aan het gedrag dat er sprake is van ASS, iemand maakt bijvoorbeeld geen spontaan oogcontact ‘hij kijkt als het ware langs je heen’. Wilt niet zeggen dat de ander geen contact met je maakt of wilt maken.

Contactlegging en het onderhouden van sociale contacten kan voor iemand met ASS enorm ingewikkeld en vermoeiend zijn. Het niet altijd begrijpen van sociale interacties maakt onder andere dat mensen met ASS meer moeite hebben op sociaal gebied dan een gemiddeld persoon. Soms kost het verwerken van opgedane informatie meer tijd om te begrijpen wat er wordt bedoeld. De hersenen moeten alle losse waargenomen informatie verwerken tot één geheel, beperkingen binnen de centrale coherentie maakt dat  mensen met ASS vaak langer de tijd nodig hebben om informatie te verwerken.

Mensen met ASS kunnen veel weten over 1 bepaald onderwerp. Binnen mijn ervaring kan ik veel voorbeelden benoemen van preoccupatie onderwerpen, enkele zal ik met jullie delen; radio dj’s, gamen, schroeven en pluggen, Boudewijn de Groot, paarden, treinen, fossielen, tweede wereldoorlog, Ferrari ’s, magneten, het heelal, voetbal, poezen, verjaardagsdata, wasmachines, computer en busvervoer. Het is een diversiteit van onderwerpen. En ik leer elke keer een beetje meer over deze onderwerpen, dat verrijkt mij.

 

Dit is in het kort omschreven wat de afkorting ASS is en inhoudt.

Hoe ASS zich kenmerkt in de hersenen en hoe dat zich kan uiten in gedrag.

 

Voor de liefhebber voor nog meer informatie over ASS verwijs ik door naar het document:

Voor de professional verwijs ik naar het semi-gestructureerd anamnestisch interview van Annelies Spek.

Ik heb les gekregen van Annelies Spek, ik bewonder haar om haar kennis en manier waarop zij dit overdraagt.

In de les heb ik mogen oefenen met het hulpmiddel en ik gebruik het nu ook nog regelmatig

binnen mijn werkzaamheden.

ASS en comorbiditeit.

Comorbiditeit is het tegelijkertijd hebben van twee of meer stoornissen of aandoeningen. Dit gebeurt in het algemeen met het gelijktijdig hebben van lichamelijke, geestelijke en vaak de daaropvolgende sociale problemen bij een persoon. Enkele voorbeelden hiervan zijn: ASS gaat vaak gepaard met ADHD, depressie of angststoornissen. Reuma kan gepaard gaan met onder andere de ziekte van Cröhn, een bipolaire stoornis met ADHD en taaislijmziekte gepaard met diabetes mellitus.

 

Ik heb tijdens mijn studie de specialisatie gevolgd over comorbiditeit. Ik heb mij gericht op ASS en andere psychiatrische problematiek.

 

Psychiatrische comorbiditeit komt ongeveer 70% voor bij mensen met een ASS diagnose.  Voorkomende comorbide diagnoses kunnen zijn: hechtingsproblematiek, verslaving, dwang en tics, verstandelijke beperking, sociale angststoornissen, ADHD, oppositioneel opstandig gedragsstoornissen, eetstoornissen, slaapstoornissen en  stemmingsstoornissen.

Er zijn een aantal syndromen die gepaard kunnen gaan met ASS-verschijnselen. Dit wordt onder andere gezien bij het fragiele-X syndroom, het Klinefelter syndroom, neurofibromatose 1 en het 22q11 deletiesyndroom.

Ook is er een verhoogd risico op aanvallen van epilepsie bekend.

 

Bij ongeveer 70% van de vrouwen met ASS is er sprake van comorbiditeit.*

Bij meisjes en vrouwen kan ASS samengaan met internaliserende (naar binnen gekeerde) problemen zoals; angst, emotie regulatieproblemen en somberheid. Een eetstoornissen komt bij meisjes met ASS vaker dan bij jongens met ASS. Eetstoornissen kunnen ook zeker bij jongens met ASS voorkomen maar worden niet altijd onderkent.

 

Aandacht voor comorbiditeit bij ASS.

De aanwezigheid van comorbiditeit kan vertroebeling geven in de algehele beeldvorming van de problematiek. Om overdiagnostiek te voorkomen is het van belang om gedragskenmerken goed te onderscheiden van elkaar. Belangrijk dat de hulpverlener/diagnosticus verder kijkt dan de buitenkant, gespreksvoering waarbij doorvragen van essentieel belang is kan helpend zijn hierbij. Het DSM-5 interview autismespectrumstoornis van Annelies Spek is een hulpmiddel hiervoor.

Ik deel graag een document over diagnostiek bij vrouwen met ASS, geschreven maart 2018 door Annelies Spek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Literatuur

*Lai MC, Lombardo MV, Pasco G, et al. A behavioral comparison of male

and female adults with high functioning autism spectrum conditions.

PLoS ONE. 2011;6:e20835.

  • w-facebook
  • White Google+ Icon